Hyperbaric Oxygen Therapy (HBOT)

Hyperbare zuurstoftherapie (HBOT) is het gebruik maken van zuurstof als geneesmiddel om bepaalde ziekten te genezen. Om dit te bekomen wordt 95 tot 100% zuurstof aan een druk hoger dan de atmosferische druk in een cabine toegediend aan de patiënt.

Hierdoor gaan er in het lichaam verschillende processen in werking treden die ervoor zorgen dat er meer zuurstof aangeboden wordt op plaatsen waar er tekorten zijn (na hersentrauma, infarcten,...) en wordt het immuunsysteem geactiveerd waardoor er een betere genezing ontstaat van ontstekingen. Ook gaan er zich nieuwe bloedvaten ontwikkelen waardoor grote en moeilijk te genezen wonden een duidelijke verbetering vertonen. Via een SPECT-scan van de hersenen kan de doorbloeding en de werking van de hersenen nagegaan worden en zo wordt vastgesteld welke delen van de hersenen na de HBOT extra zuurstof en extra doorbloeding gekregen hebben.

Meer informatie is terug te vinden op onderstaande websites:

https://hbot.com/



Bij hyperbare zuurstoftherapie of HBOT (Hyperbaric Oxygenation Therapy) wordt er aan de patiënt zuurstof toegediend terwijl hij/zij zich in een kamer met verhoogde druk bevindt (compressiekamer). Een gekend voorbeeld is de behandeling na duikongevallen. Als een duiker te snel naar de oppervlakte komt ontstaan er gasbelletjes in de weefsels, de caissonziekte, een toestand die acute pijn veroorzaakt en in ernstige gevallen ook dodelijk kan aflopen. De behandeling gebeurt met HBOT. Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk opnieuw in een kamer met verhoogde luchtdruk geplaatst, om daarna de druk geleidelijk te laten dalen, zodat de bellen oplossen. Deze aanpak bestaat al sinds de 19e eeuw.

In het verleden werd HBOT gebruikt voor meer dan 100 andere aandoeningen, en op dit moment wordt het voor zo’n 10 aandoeningen in België toegepast., waaronder CO-vergiftiging, acute doofheid , moeilijke genezende diabetische wonden en weefselbeschadiging na radiotherapie. In België zijn er 12 centra met hyperbare voorzieningen, 10 verbonden aan algemene ziekenhuizen en 2 aan militaire. In vergelijking met onze buurlanden is dat een grote capaciteit.

Men zou verwachten dat de werkzaamheid van deze therapie al lang wetenschappelijk bewezen is, maar daar wringt net het schoentje. Voor sommige aandoeningen bestaan er helemaal geen wetenschappelijke studies. Voor andere, zoals bij diabetische voetwonden, acute doofheid en weefselschade na radiotherapie zijn ze van lage kwaliteit. HBOT bij CO-vergiftiging blijkt niet effectief te zijn om de neurologische lange termijn gevolgen te verminderen in vergelijking met het alleen toedienen van gewone zuurstof. Voor de korte termijn gevolgen zijn er geen gegevens. Voor HBOT bij duikongevallen is er historisch bewijs dat behandeling in een compressiekamer werkt, maar of het toedienen van zuurstof bijkomende voordelen biedt is onduidelijk.

En de veiligheid? HBOT lijkt vrij veilig. De occasionele bijwerkingen zijn meestal beperkt en omkeerbaar. Om ze te beperken is een zorgvuldige patiëntenselectie noodzakelijk.

Momenteel is er een beperkte terugbetaling door de ziekteverzekering voor de eerste twee dagen, onafhankelijk van het totaal aantal sessies. Daardoor zijn de kosten voor de gemeenschap beperkt: 83 000 euro in 2006 voor ongeveer 1400 sessies. Voor de overige sessies, die niet door het RIZIV worden terugbetaald, blijkt er nogal wat verschil tussen de centra te bestaan. Sommige rekenen de patiënt niets aan, andere vragen 20 à 30 euro per bijkomende sessie of een forfait van 200 euro voor meer dan 5 sessies. In 2006 werden er door de centra meer dan 16.000 sessies gegeven, aan ongeveer 2000 patiënten. Ongeveer één derde van de patiënten werd behandeld voor CO-vergiftiging.

Een aantal hyperbare centra hebben het RIZIV recent gevraagd om voor een aantal aandoeningen de terugbetaling uit te breiden, gaande van 3 (voor CO vergiftiging) tot 40 sessies (voor diabetische voetwonden). Het KCE is van oordeel dat er daarvoor voorlopig onvoldoende wetenschappelijke ondersteuning bestaat. Er is behoefte aan gerandomiseerd klinisch onderzoek naar de effectiviteit en de kosten van de behandelingen met HBOT. Onderzoeksfondsen vinden voor dit type van onderzoek is vaak moeilijk. Een voorwaardelijke financiering zou dit onderzoek kunnen aanmoedigen. Pas dan kan uitgemaakt worden of de terugbetaling van HBOT bij bepaalde aandoeningen verantwoord is.