DIAGNOSE

Dat er mogelijk sprake is van cerebrale parese kan al binnen de eerste twee jaar vastgesteld worden. Over het algemeen stelt de kinderneuroloog de diagnose.

Om de diagnose van cerebrale parese vast te stellen kijkt de specialist naar:

  • Uiterlijke kenmerken van het kind, zoals de motoriek en de spierspanning.
  • De voorgeschiedenis, zoals zwangerschap en de geboorte.
  • Beeldvorming die van de hersenen worden gemaakt met een echografie, CT-scan of een MRI-scan.
  • De intelligentie van een kind om een eventuele achterstand in de geestelijke ontwikkeling te beoordelen. Hiervoor doet de specialist een aantal intelligentietests.
Echografie

Echografie is een techniek die gebruik maakt van geluidsgolven. Bij een pasgeborene kan met een echo schade aan de hersenen worden vastgesteld. Het kan ook voorkomen dat op een echo niets zichtbaar is, terwijl in een latere fase toch cerebrale parese wordt vastgesteld.

CT-scan of MRI-scan

Hersenbeschadiging kan aangetoond worden met een CT-scan of een MRI-scan. Bij baby’s waarvan de fontanel (nog niet verbeende plek in de schedel van de baby) nog open is met een echo.

Het meest betrouwbare onderzoek om al dan niet aanwezige hersenschade vast te stellen is een MRI- scan vanaf de leeftijd van 2 jaar.